Bouwvrouw Belle Dijkstra: “Leren door te doen is het leukste dat er is”
6 min gelezen
Door: Gerard Sirag/Omroep Sudwest
Ze draait haar hand er niet voor om om met een hoogwerker op twintig meter hoogte een dakgoot te inspecteren, een dak te repareren, onder de grond het riool te inspecteren, een kozijn te zagen en frezen of haar eigen keuken te plaatsen. Vandaar dat de geuzennaam ‘stoer wijf’ meer dan toepasselijk is voor ‘bouwvrouw’ Belle Dijkstra. In onderstaand interview gaan we daar dieper op in via een portret van deze opmerkelijke stoere Sneekse.
Hutten bouwen
Belle Dijkstra is van ‘bouwjaar’ 1980. Ze kwam in het ongeveer vijfhonderd zielen tellende dorp Loenersloot, gelegen tussen Utrecht en Amsterdam, ter wereld. Het gezin Dijkstra bestond naast Belle uit haar oudere zus en jongere broer. Toen Belle in groep drie zat verkaste het gezin naar Woerden.
Belle was een ‘buitenkind’: hutten bouwen, zelf een hengel en pijl en boog maken. Met poppen spelen was niet aan haar besteed; de Barbie van de twee zussen werd tijdens een onenigheid gevierendeeld. Van Woerden verhuisde de familie naar Sneek waar Belle achtereenvolgens haar laatste basisschooljaar op de Bonifatiusschool en daarna de mavo op het Bogerman doorliep. Na het Bogerman deed ze aan ROC Friese Poort in Leeuwarden de havo/mbo opleiding. Het was woekeren met tijd want vanaf haar vijftiende was Belle ook een fanatiek karateka, die nationaal en internationaal in de top meedraaide.
Nieuwsgierig aagje
Belle: “Wat mijn vervolgopleiding betrof zat ik in dubio tussen de pabo en de alo. Het werd uiteindelijk de pabo aan de Hanzehogeschool in Groningen. Daar keken we vanuit het klaslokaal uit op bouwvakkers die bezig waren met een uitgebreide verbouwing van de school. Alhoewel ik dat razend interessant vond en vaak een praatje met de werklieden maakte, want ik was een nieuwsgierig aagje dat overal het fijne van wilde weten, is het toen geen moment in mij opgekomen dat ik daar iets mee zou kunnen doen.
Ik werd dus juf, aan de Bonifatiusschool aan de Leeuwarderweg, eerst een paar jaar in de bovenbouw, later ook intern begeleider. Na acht jaar – ik had toen inmiddels naast mijn baan de opleiding Master SEN (Special Educational Needs – red.) aan NHL/Stenden afgerond – werd ik gevraagd om daar te komen werken. Deels als docent, deels als consultant voor scholen die bezig waren met veranderprocessen. Daardoor was ik veel op pad, door heel Noord-Nederland. Dat werd mij na de geboorte van onze dochter te veel. Ik wilde dichter bij huis werken, dus heb ik na drie jaar de overstap gemaakt naar een klein bureau, Facta in IJlst, gespecialiseerd in de organisatie van studiedagen voor het voortgezet onderwijs.”
Meer ‘Lebensraum’
“Dat was leuk, maar ik voelde mij opgesloten; ik wilde meer ‘Lebensraum’, meer ruimte om zelf ideeën te ontwikkelen. Dat kon wel bij de Business Studio van F en F The Inner Way, waar ik zelf trainingen en workshops voor het management van bedrijven, maar ook voor jongeren organiseerde en af en toe inviel op de pabo-opleiding. Na vier jaar ben ik mijn eigen bedrijf begonnen, ‘De Educaan’, en samen met twee vriendinnen, ook onderwijsontwikkelaars, heb ik Stichting Nieuw Onderwijs opgericht. Met een ontwikkelteam van de RSG en Odyssee, nu Kyk, hebben we ‘Tienerschool Sneek’ opgezet.
De fase van een klas vol leerlingen, die volgens een vast stramien allemaal hetzelfde op dezelfde manier moeten leren, was ik voorbij. Omdat ik weet dat de wereld zoveel groter is dan die subjectieve leerboekjes en dat ieder kind bovendien op zijn eigen specifieke manier leert, bij voorkeur door dingen te doen. Vlak voordat corona zich aandiende besloot ik in de rust van ons huis eens rustig uit te vogelen wat ik nu eigenlijk écht wilde; waar ik gelukkig van zou worden. Alhoewel het begrip ‘rustig’ wat anders uitpakte dan gedacht met mijn man en drie dochters thuis door de lockdown, heb ik in die tijd met behulp van een loopbaanoriëntatie wel in kaart kunnen brengen waar ik mijn focus op zou willen richten.”
Moeders secretaire als kantelmoment
“Daar kwam ‘de bouw’ uit”, vertelt Belle. “De restauratie van een secretaire van mijn moeder in de werkplaats van aannemer Radboud Plaizier was een echt kantelmoment. Dat ging onder begeleiding van Radboud boven verwachting en ik had er enorm veel plezier in. Daarna volgde een bureau voor het nieuwe kantoor van mijn man, Peter Kool Smit, en leerde ik en passant ook lassen. Geduld is niet een van mijn sterkste karaktereigenschappen; ik wil leren door te doen en mocht met Radboud mee ‘op klus’. Dat was een cadeautje. Een dakkapel maken, een serre bouwen, vloerfundatie vervangen. Ik vond alles prachtig om te doen en zoog alle nieuwe opgedane vaardigheden op als een spons. Tussen alle bouwklussen door was ik daarnaast ook bij het Technolab aan het werk met het ontwikkelingen, organiseren en geven van workshops om leerlingen te interesseren in techniek.”
“Het smaakte naar meer”
“Ik wilde ook wel eens een kijkje in de keuken van een groot bouwbedrijf en mocht stagelopen bij Friso, waarmee ik vanuit Technolab ook al had samengewerkt in ‘Bouwbase’, een pop-up bouwplaats, waar leerlingen tijdens workshops kunnen leren, ontdekken en zelf kunnen ervaren wat de bouwsector allemaal voor hen in petto heeft. Ik mocht meedraaien met de vaklieden van de afdeling restauratie tijdens de verbouwing van de Martinikerk. Ik vond dat zó leuk dat ik aangaf daar wel twee dagen per week te willen werken. Ze waren al verbaasd bij mijn verzoek om stage te mogen lopen, maar nu helemaal: een vrouw, 42 jaar, geen papieren, parttime werken…
Maar mijn enthousiasme en gedrevenheid wonnen het van hun twijfel, zodat ik eerst een tijdje mocht meelopen met de afdeling service en onderhoud. Dat was een kolfje naar mijn hand. Lekkage in een badkamer opsporen, een wc-afvoer repareren, en inbraakschade aan een kozijn opnemen. Je kwam overal en de werkzaamheden waren gevarieerd. Het smaakte naar meer.”
Luxeprobleem
“Ik kreeg te maken met een luxeprobleem toen ik tegelijkertijd een uitnodiging van Herjan Reuten, afdelingshoofd van het Vakcollege van het Bogerman, kreeg om eens kennis te maken. Om een lang verhaal kort te maken: aan het eind van een zeer geanimeerd gesprek en een uitgebreide rondleiding vroeg hij mij of ik er voor voelde om bij het Vakcollege te komen werken. Ik was, overigens heel prettig, verrast want ik had nooit verwacht om weer in het onderwijs terecht te komen. Maar de vrijheid om zelf projecten te ontwikkelen in samenwerking met het Technolab en bedrijven, en op die manier verbindingen te leggen tussen onderwijs en ondernemers, maakten dat ik daar niet lang over na hoefde te denken. Niet in de laatste plaats omdat ik daarnaast de kans kreeg om een hbo-opleiding te volgen tot leraar Techniek, specialisatie BWI, Bouwen, Woning en Interieur.”
‘Ikigai’ gevonden
“Tot nu toe was ik bezig geweest aan een reis via een heel kronkelig pad op zoek naar wat ik écht wilde, waar ik gelukkig van zou worden. Het Japans heeft daar een heel mooi woord voor: Ikigai. Dat is een concept dat staat voor datgene waarvoor jij je bed uitkomt en waard is om voor te leven. Het is je passie, waarin vier elementen samenkomen: hetgeen waar je van houdt, wat de wereld nodig heeft, waarvoor je betaald wordt en waar je goed in bent. Ik had mijn Ikigai gevonden, het Japanse geheim voor een lang en gelukkig leven! In al die stappen daarvoor had ik de tools verzameld, noem ze puzzelstukjes, die met dit aanbod hun plaats vielen.”
Bruggen bouwen
En nu stroomt er een overvloed aan projecten als een denkbeeldige tsunami uit haar koker. Een maatjesbank op het plein bouwen voor en met de leerlingen van de Koningin Wilhelminaschool, om maar wat te noemen. Belle verduidelijkt: “Dat wil ik doen met de leerlingen van het Vakcollege, zodat die de kinderen van het basisonderwijs kunnen helpen, die op hun beurt ook een kijkje kunnen nemen bij ons. Kruisbestuiving dus, of bruggen bouwen. Als ik materiaal nodig heb, zet ik een oproepje op LinkedIn of ik doe een telefoontje naar bedrijven of ze eventueel gebruikt maar nog bruikbaar materiaal hebben waar wij nog wat mee kunnen. En het moet raar lopen of we ‘scoren’ geen materiaal dat bij bedrijven over is en waar wij hartstikke blij mee zijn. En ik vind het heerlijk om samen met mijn collega’s te kunnen ontwikkelen, de ruimte van mijn werkgever te krijgen om verbindingen te leggen. Want wat is er mooier dan bruggen bouwen?”
