Stadsgids Harm Rozenberg: “Het grote plezier was dat ik met trots over mijn stad kon vertellen”Stadsgids Harm Rozenberg:
4 min gelezen
Door: Piet Hofman/Omroep Sudwest
Het zit in het hoofd, maar komt er niet meer zo gemakkelijk uit. Dit gekoppeld aan lichamelijke ongemakken als moeilijk kunnen lopen waardoor hij niet zonder rollator de deur uit kan, drie open hartoperaties, een hartstilstand en recent het verwijderen van zijn galblaas die was vergroeid met zijn dikke darm, hebben Harm Rozenberg (83) doen besluiten niet langer als stadgids van Sneek actief te zijn. “Voorlopig”, zegt hij met een knipoog. “Als ik weer volledig met alleen een stok kan lopen, heb je kans dat ik er toch weer eens eentje doe.”
Waar anders dan aan het Hoogend met uitzicht op de Waterpoort gaan we op bezoek bij de man die een vleesgeworden Siri is als het Sneek betreft en 22 jaar lang stadgids was: Harm Rozenberg. Bepaald geen doorsnee stadsgids. “Ik wilde meer vertellen dan alleen het bouwjaar van een woning of winkel noemen en mededelen wie er hadden gewoond. En ik wilde ook niet gebonden zijn aan een bepaalde tijdsduur. Ik heb ze wel van een twee en een half uur gehad. Hing natuurlijk af van het gezelschap. Er was een keer een groep uit Amsterdam. Die legden met hun boot aan bij het Flexa-terrein. Van daar heb ik ze meegenomen door het Sperkhem. Daar valt genoeg over te vertellen. Dat sprak ze aan want van die volksbuurten hadden ze in Amsterdam ook.”
Saamhorigheid
Rozenberg vertelt over zijn geboortehuis aan het Tweede Zomerrak; over dat hij als jongetje speelde op de Oppenhuizerweg; voetbalde waar nu de Lidl is; dat er buiten op een petroleumstel vis werd gebakken als de mannen uit de straat thuis kwamen van een dagje Afsluitdijk; over de ruzies, maar ook over de saamhorigheid. “Het Sperkhem is veel groter dan een volksbuurt. Je had het gevoel van samen. Iedereen kende elkaar. Dat had ik ook als ik met een groep mensen door Sneek liep. Vrijwel iedereen groette me of maakte een praatje als dat kon.” Harm Rozenberg vertelt ook over Sibbel, een publieke vrouw die volgens de overlevering elk jaar zwanger was. Als haar op straat spelende kinderen werd gevraagd waar hun moeder was zeiden ze dat die een pijnlijke knie had. Vandaar de Sneker uitdrukking ‘Sibbel het un sere knibbel’. Over Sneker Dikke Pieter, over De Bult, de bijnaam van de brugwachter van de Woudvaartbrug en de Oude Koemarkt, destijds de plaats van de eerste veemarkt in Sneek maar wat vroeger een water was.
Vijf minuten vóór
En natuurlijk komt ook de Waterpoort voorbij. Een leuk weetje is dat de klok nog steeds vijf minuten vóór loopt. Ooit bedacht om mensen een beetje extra tijd te geven als de klok ’s avonds tien sloeg en de poort dicht en daarmee de stad op slot ging. Rozenberg: “Mensen waren altijd diep onder de indruk als ik vertelde dat de poortwachter in de Waterpoort woonde. Met zijn vrouw en een stuk of wat kinderen. Moeilijk voor te stellen want het is er maar klein. Trouwens, als het slecht weer was, maakte ik mijn verhaal wat langer en gebruikte ik de Waterpoort om in te schuilen. Voor mensen die te laat waren had je noodpoorten. Bijvoorbeeld bij het Bolwerk. Daar had je binnen de muren twee stadsboerderijen. De poorten ook werden gebruikt om mest en vee naar de weilanden buiten de stadsmuur te brengen. Het Zuidend was vroeger een binnenhaven; de Perkshaven met eromheen veel leerlooiers. Dat is ook de reden dat er bij de bouw van de Rabobank veel leer is gevonden.”
Niet saai en eentonig
“Het leuke met die stadswandelingen was dat je in die twee tot twee en een half uur een band met die mensen kreeg. Veel mensen vroegen ook of ik na de tijd even meeging om iets te drinken. Het plezier was de omgang met de mensen. En het grote plezier was om de mensen te vertellen van mijn eigen stad. De stad waar ik trots op ben. Maar op een manier dat het niet saai een eentonig is. De sfeer van de stad. Vandaar dat ik ook verhaaltjes over mensen en anekdotes heb opgepikt. Die verwerkte ik in de wandeling. Ik had geen vaste tekst. Ik vertelde over wat we tegenkwamen. Zagen we struikelstenen, dan vertelde ik daar over; over het Hoogend, dat daar vroeger een vatenmaker zat; de Havenstraat, dat Poiesz daar is begonnen.”
Op dit moment laat zijn gezondheid het niet toe om de rol van stadsgids te vervullen. “En ik kan soms niet op namen komen. Maar als ik eenmaal op straat loop, schiet alles me weer te binnen, want het zit er nog wel allemaal in”, besluit Harm Rozenberg lachend.
