Over dode paarden en verdwenen kloosterorden te Hemelum

In  het kader van de aanleg van de rondweg rondom Hemelum laat de gemeente een archeologisch onderzoek doen. Het graven gaat in ieder geval volgende week nog door. In 2016 is er een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd, waarbij bleek dat aanvullende onderzoek noodzakelijk is. Er wordt een deel van het oude klooster terrein opgegraven (alleen het deel dat wordt verstoord).

Het middeleeuwse klooster (vóór 1245-circa 1550) was gewijd aan de heilige Nicolaas, bisschop van Myra en is gesticht vanuit het door de zee verzwolgen Sint Odulphus klooster van Stavoren. Het werd bewoond door Benedictijner nonnen en later monniken. De huidige Nicolaaskerk is op de fundamenten van de kloosterkapel gebouwd. Deze oude fundamenten zijn vorig jaar aangetroffen bij het vernieuwen van de vloer.

Het terrein dat nu wordt afgegraven, ligt zuidelijk van de vroegere kloosterkapel en huidige kerk. Hoewel de kloosterheuvel in het verleden is afgegraven, blijken er toch nog sporen te zitten. Het terrein is omgeven door enorme kloostergrachten. Er zijn diverse kuilen (paalkuilen, afvalkuilen en leemwinning), oude greppels, uitbraaksleuven gevonden, maar ook stenen fundamenten. Het terrein heeft een ronde structuur van zo’n 8 meter doorsnede, bestaande uit grote naar het lijkt paalkuilen. We gaan nu onderzoeken wat dit is geweest. Interessant is ook de vondst van een goed bewaard paardengraf.

Behalve de kloostergrachten, weten we nog niet precies uit welke periode de sporen stammen. De vondst van kloostermoppen, leisteen en versierd vensterglas bevestigt duidelijk dat het hier om een kloosterterrein gaat. Er  is niet veel bekend over het klooster, dus dit is zeer waardevolle informatie. Er zijn helaas geen oude afbeeldingen overgeleverd.

Kloosters hebben in de middeleeuwen een zeer belangrijke functie in het maatschappelijke leven gehad. De oudste kloosters dateren uit het begin van de 12de eeuw. Omstreeks 1500 waren er in Fryslân circa 50 kloosters. De kloosters beschikten over uithoven en dépendances in de stad. Daarnaast waren er ruim 200 parochiekerken. Dat brengt het totale aantal plaatsen in Friesland waar kloosterlingen aangetroffen konden worden op meer dan 500. Men kon dus geen vijf kilometer lopen zonder een door broeders of zusters bewoonde abdij, priorij, uithof of pastorie te passeren. Toen de kloosterbezittingen in het kader van de Reformatie in 1580 door de provinciale overheid in beslag werden genomen, waren de kloosters eigenaar van, naar schatting, één vijfde van de cultuurgrond in Fryslân. Geen provincie binnen Nederland is zo gevormd door de kloosters als Friesland kloosters en in geen andere provincie is daar zo weinig van overgebleven. Na de Reformatie werden de kloostercomplexen grotendeels gesloopt.

Comments are closed.